Parasja van de Week

Torah from Around the World

 

Maak mij, Eeuwige, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.

Tehilliem 25: 2

____________________________________________________________________

Sjabbat Naso, 23 mei 2026/ 7 Siewan 5786
Bemidbar/Numeri 4: 21 – 5: 10; Tanach blz. 270.
Haftara: Sjoftiem 13:2 – 25; Tanach blz. 516.

Vertaler: Benjamin Cohen

Coördinatie: Channa Kistemaker

Commentaar: Jay McCrensky is promovendus in Kabbala em Joodse Studies aan de Baltimore Hebrew University.

____________________________________________________________________


Oude Rituelen, Blijvende Waarden

Vanuit een hedendaags perspectief toont de letterlijke lezing van sidra Naso enkele van de meest controversiële en verontrustende passages in de Tora. Hoofdstuk 5 van Bemidbar/Numeri gebiedt de Jisraëlieten eerst om iedereen uit het kamp te verdrijven die aan huidvraat, tzara’at, lijdt of onrein vocht verliest, en iedereen die een lijk heeft aangeraakt, zodat zij hun kamp “waarin ik temidden van het volk woon” niet onrein maken.

God zegt vervolgens tegen Mosjé dat hij het volk moet vertellen dat wanneer een man of vrouw een overtreding of zonde begaat, zij daarvoor genoegdoening moeten bieden.

De passage vervolgt met een opmerking dat als een man vermoedt dat zijn vrouw seks heeft met een andere man of gewoon jaloers is, hij haar naar de priester kan brengen die voorgeschreven rituelen uitvoert en haar dwingt bitter water te drinken. Als ze onschuldig is, gebeurt er niets. Als ze zich schuldig maakt aan ontrouw, “zal [de Eeuwige] uw schoot laten verschrompelen en uw buik laten opzwellen.”

Vanuit een hedendaags perspectief klinkt dit allemaal behoorlijk heftig. We moeten bedenken dat de algemene boodschap die Mosjé van God overbrengt, en dus interpreteert, noodzakelijkerwijs gekleurd is door zijn eigen tijd en c ltuur. Het is bedoeld voor een specifieke tijd, plaats en volk, niet als een eeuwige wet van God.

De leringen voor ons vandaag, in de context van ons hedendaagse begrip van ziekte en lichaamsvloeistoffen, en van relaties tussen mannen en vrouwen, liggen misschien niet in Mosjé’s specifieke interpretatie van het woord van God, maar in de blijvende betekenis en waarden die God ons geeft als basis voor de voortdurende interpretatie van wet, regel en regelgeving.

In de Kabbala, de fundamentele theosofie voor de Joodse mystiek, worden onze waarden en principes, ethiek en zeden gezien als een stroom of kracht die we van God kunnen ontvangen, gerelateerd aan de sefira (of goddelijke manifestatie) van Netsach. Netsach kan vandaag de dag worden gezien als de belichaming van ons besef van de aangeboren waarden en afgeleide principes die we van God hebben ontvangen en die ons in staat stellen om in een gemeenschap te leven en te groeien.

De sidra van deze week herinnert ons er bovenal aan om in contact te blijven met onze kernwaarden en met onze persoonlijke en collectieve opdracht de wereld te herstellen en te vernieuwen – zelfs op het intieme niveau van ons eigen lichaam, onze relatie met de gemeenschap en onze familierelaties.

Sterker nog, direct nadat de Jisraëlieten wordt opgedragen de tamè (spiritueel onrein) af te zonderen, worden ze eraan herinnerd om na een zonde hun schuld goed te maken. Deze oude manier om de zaken recht te zetten is een manifestatie van de sefira Tiferet, de kracht of stroom uit de onkenbare bron die verbonden is met de concepten van evenwicht, eenheid, verbondenheid en ecologie. De Tora vertelt ons: als je zondigt, moet je jezelf en iedereen die door jouw zonde is getroffen terug in evenwicht brengen.

We kunnen ons voorstellen dat het Gods bedoeling was met Mosjé’s gebod om degenen die als ’tamè’ bestempeld werden af te zonderen, de gemeenschap te beschermen tegen het verstorende effect van de aanwezigheid van de tamè onder hen. Tamè of ‘spiritueel onrein’ zou tegenwoordig begrepen kunnen worden als een toestand waarin we onszelf in de gaten moeten houden.

Wanneer we ziek, emotioneel of in rouw zijn, lopen we meer risico om onze ontvankelijkheid voor Gods eeuwige waarden te blokkeren en af te dwalen van evenwicht en eenheid. We staan meer open voor ongeremde emotionaliteit die tot zonde kan leiden. Onze waarden en principes zouden te veel beïnvloed kunnen worden door onze emoties. (Motiverende emoties zoals liefde, woede, haat en jaloezie, zoals ze van God tot ons komen, worden geassocieerd met de sefira Hod, pracht.)

In het derde deel van hoofdstuk 5 maken we kennis met Mosjé’s interpretatie van Gods boodschap met betrekking tot een zeer moeilijk probleem: jaloezie tussen man en vrouw. Jaloezie is een intense emotie, misschien wel essentieel voor ons overleven en voortplanting, zoals sommige wetenschappers beweren, maar potentieel zeer destructief en gevaarlijk. Ongecontroleerde jaloezie leidt tot zonde. Jaloezie die niet wordt getemperd en in evenwicht wordt gehouden door onze principes en waarden, bewust of onbewust, gericht tegen een ander individu of een andere natie, kan tot kwaad aanzetten.

Terwijl de oude wetten van onreinheid en het ritueel van de vermeende overspelige vrouw zeer storend zijn voor onze moderne oren, blijft hun onderliggende boodschap relevant. Pak een emotioneel of fysiek onevenwichtige situatie aan wanneer je die ervaart. Pak jaloezie in je gemeenschap aan. Laten we toestaan dat onze waarden, principes en idealen ons leiden, om ons te helpen het kwaad in onszelf en in onze samenlevingen te voorkomen.